- Beoogd gebruik
- Een concrete ondersteunende strategie kiezen
- Inhoudelijke basis
- Executieve functies en elf praktische gebieden
- Onderzoeksbasis
- Onderzochte kernfuncties, eigen praktische schalen
- Eigen vragenlijst
- Inhoudelijk uitgewerkt; niet onafhankelijk gevalideerd
Onze inhoudelijke opbouw
De actuele hoofdvragenlijst bevat 33 positief geformuleerde zelfrapportagestellingen, drie per praktisch gebied. Antwoorden van nul tot zes worden per gebied opgeteld en herschaald ten opzichte van maximaal achttien punten. Het gaat om ervaren gedrag, niet om een prestatietaak die een hersenfunctie rechtstreeks meet.
Er zijn ook elf korte deeltests, elk met acht eigen stellingen. De score is een gemiddelde ten opzichte van de maximale antwoordscore. De gebruikte grenzen van 50% en 80% zijn productkeuzes, geen gevalideerde grenzen voor beheersing of hulpbehoefte.
Daarnaast bestaat een oudere complete vragenlijst met 33 negatief geformuleerde stellingen en omgekeerde scoring. Die versie is niet dezelfde vraagset als de actuele hoofdvragenlijst. Vergelijk de scores van verschillende versies niet alsof zij onderling uitwisselbaar zijn.
De elf korte deeltests
Elke deeltest verkent één praktisch onderwerp. Dezelfde grenzen aan de interpretatie gelden voor alle deeltests.
- Responsinhibitie
- Werkgeheugen
- Emotieregulatie
- Volgehouden Aandacht
- Taakinitiatie
- Planning & Prioritering
- Organisatie
- Tijdmanagement
- Doelgericht Volhouden
- Flexibiliteit
- Metacognitie
De alternatieve complete versie bevat anders geformuleerde items. De scores zijn niet uitwisselbaar met de huidige hoofdvragenlijst.
Wat onderzoek ondersteunt
Diamond beschrijft een onderzoeksbasis voor onder meer remming, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit, bij kinderen en volwassenen. Deze kernfuncties zijn niet hetzelfde als elf afzonderlijk gevalideerde dagelijkse vaardigheidsschalen. Diamond (2013), Executive Functions.
Toplak en collega’s vergeleken in twintig studies gedragsschalen en prestatietaken bij kinderen en volwassenen. Hun beperkte samenhang laat zien dat beide manieren van meten niet uitwisselbaar zijn. Onze zelfrapportage mag daarom niet worden gelezen als een rechtstreekse cognitieve prestatiemeting. Toplak, West en Stanovich (2013), prestatietaken en gedragsschalen.
De praktische indeling in elf gebieden sluit aan bij de onderwijsgerichte literatuur rond Dawson en Guare. Die literatuur geeft woorden voor begeleiding, maar is op zichzelf geen empirische validatie van onze items, grenswaarden of profielen. Guilford (2022), Executive Function Skills in the Classroom, hoofdstuk 1.
Het bewijs voor expliciete strategie-instructie betreft de instructie en oefening zelf. De docent moet de gekozen aanpak nog steeds uitleggen, begeleiden en toetsen aan de concrete opdracht. Donker en collega’s (2014), leerstrategie-instructie.
Van onderzoek naar de klas
Wij vertalen de onderwerpen naar een begeleidingsgesprek over een recente taak: waar liep het vast, welke steun was beschikbaar en welke strategie wil de student proberen? Expliciete strategie-instructie heeft een onderzoeksbasis in primair en secundair onderwijs. Dat bewijst geen extra voordeel van onze voorafgaande test en geeft geen afzonderlijk effectbewijs voor mbo of hbo.
Vmbo, mbo en hbo
Dit zijn lesvoorstellen van ClassPilot. Ze tonen hoe je de inhoud kunt aanpassen aan een context; ze zijn geen afzonderlijk onderzochte effecten of validatie voor deze onderwijsniveaus.
Vmbo
Verdeel een praktijkopdracht in drie stappen en laat de leerling een startmoment kiezen. Vergelijk na afloop de verwachte en werkelijke werktijd en bespreek welke steun bruikbaar was.
Mbo
Bereid een BPV-taak voor met een materiaalcheck en een duidelijke startafspraak. Vraag achteraf welke ondersteuning werkelijk nodig was; laat een hoge score nooit betekenen dat begeleiding vervalt.
Hbo
Laat een projectgroep een week plannen en onderbrekingen bijhouden. Bespreek waar planning en uitvoering uiteenliepen en pas de werkafspraken aan.
Stem taal, voorbeelden en begeleiding af op de individuele deelnemer. Laat de uitslag niet bepalen welke steun of uitdaging iemand krijgt. Een jongere of anderstalige deelnemer kan extra uitleg nodig hebben; die aanpassing maakt de vragenlijst niet automatisch gevalideerd.
Een werkvorm
- Laat de deelnemer één herkenbaar studiegedrag kiezen, zonder op de laagste score te fixeren.
- Koppel het antwoord aan één recente opdracht en beschrijf ook de omstandigheden.
- Leg een passende strategie uit en oefen die kort samen.
- Spreek af bij welke taak de deelnemer de strategie gaat gebruiken en welke steun beschikbaar blijft.
- Evalueer het uitgevoerde werk en de ervaring. Gebruik een herhaalscore niet als bewijs van vaardigheidsgroei.
Laat deelnemers zelf kiezen wat zij delen. Bespreek gevoelige voorbeelden individueel, maak geen openbare ranglijst van scores en laat ruimte om een profiel tegen te spreken. Koppel een klasbeeld aan observaties en gesprekken, voordat je een onderwijskeuze maakt.
De uitslag gebruiken
Wat je kunt bespreken
- De antwoorden kunnen laten zien welk dagelijks gedrag iemand zelf als gemakkelijk of lastig ervaart.
- Een gesprek kan een concrete ondersteuningsvraag of een strategie opleveren.
Welke conclusies niet volgen
- De test stelt geen ADHD, hersenfunctietekort, capaciteit of diagnose vast.
- Een hoge score betekent niet dat iemand nauwelijks hulp nodig heeft; een lage score bewijst geen tekort.
- Vergelijk studenten, verschillende versies of afzonderlijke mini-tests niet met elkaar als genormeerde metingen.
Wat nog onderzocht moet worden
De hoofdvragenlijst, de alternatieve complete versie en de mini-tests zijn eigen vraagsets. Geen ervan is onafhankelijk gevalideerd. Zowel de interpretatie van de elf gebieden als de scoregrenzen en herhaalmetingen vragen onderzoek voordat er uitspraken over individuele vaardigheid of ontwikkeling aan worden verbonden.
Voor deze eigen vragenlijst is geen onafhankelijke validatie voor vmbo, mbo of hbo beschikbaar. Ook het effect van onze combinatie van test, gesprek en werkvorm is niet aangetoond. Een percentage is geen bevolkingsnorm. Gebruik de uitslag niet voor diagnose, selectie of beoordeling van geschiktheid.
Bronnen en reikwijdte
De bronbeschrijvingen maken zichtbaar welk deel van onze redenering wordt ondersteund. Onderzoek aan een ander instrument of in een andere populatie is geen keurmerk voor ClassPilot.
Onderzoeksoverzicht over ontwikkeling en kernfuncties. Geen validatie van onze elf praktische scores.
Twintig studies met kind- en volwassensteekproeven. Ondersteunt het onderscheid tussen dagelijks functioneren en cognitieve testprestaties; valideert onze zelfrapportage niet.
Praktijkliteratuur met de elf gebieden ontleend aan Dawson en Guare. Ondersteunt de herkomst van de gesprekstaal, geen meetkwaliteit.
Meta-analyse van leerstrategie-interventies in primair en secundair onderwijs. Ondersteunt aandacht voor strategie-instructie, niet het effect van vooraf testen, onze werkvorm of afzonderlijk mbo/hbo-gebruik.
Lees hoe we theorie, eigen uitwerking en onafhankelijke validatie onderscheiden.