Elke klas doorloopt dezelfde fasen, en op ongeveer dezelfde momenten. Dat is prettig nieuws, want het betekent dat het gedrag dat je in oktober ziet zelden persoonlijk is en meestal te voorspellen.
Het model van Tuckman beschrijft vijf fasen: vormen, stormen, normeren, presteren en afscheid nemen. Hieronder staat hoe die er in een mbo-klas uitzien, wat jij per fase het beste doet, en waarom een groep in november vaak even terugvalt.
Wat groepsdynamiek is
Groepsdynamiek is het geheel aan processen waarmee een verzameling individuen een groep wordt: wie welke rol krijgt, welke normen er gelden, en wie invloed heeft. Dat gebeurt in de eerste weken grotendeels buiten jouw zicht, in de pauzes en in de app-groep.
Wat je in de les ziet, is de uitkomst. Een klas die niet wil samenwerken, heeft meestal geen motivatieprobleem maar een verdeling die nog niet af is, of een verdeling die af is en waarin meedoen iets kost.
Een groep beslist in de eerste drie weken wie de toon zet. Daarna bevestigt hij die keuze vooral.
De vijf fasen in een mbo-klas
1. Vormen (week 1 tot 3)
Iedereen is voorzichtig, aardig en stil. Studenten zoeken houvast bij jou en bij de eerste de beste die iets durft te zeggen. Het lijkt rustig, maar er wordt in hoog tempo gekeken wie wie is.
Wat je doet: veel structuur, veel wisselende samenstellingen, korte opdrachten waarbij studenten met steeds iemand anders moeten praten. Elke combinatie die je in deze weken niet maakt, ontstaat daarna vanzelf nooit meer.
2. Stormen (week 3 tot 6)
De grenzen worden opgezocht: bij elkaar en bij jou. Er ontstaan subgroepjes, iemand test of de regels echt gelden, en de sfeer kan van de ene op de andere dag omslaan.
Wat je doet: consequent blijven op de weinige afspraken die je hebt, en niet persoonlijk opvatten wat er gebeurt. Dit is de fase waarin docenten hun regels laten vallen omdat het te veel gedoe wordt, en precies dat bepaalt hoe de rest van het jaar verloopt.
3. Normeren (week 6 tot 10)
De rollen liggen vast en de groep heeft zijn eigen regels. Die regels zijn niet altijd de jouwe: een klas kan prima de norm hebben dat je niet te veel je best doet.
Wat je doet: benoemen wat je ziet en de norm bijsturen zolang dat nog kan. Hier hoort ook het gesprek thuis over wat de groep wil zijn, want vanaf nu wordt dat lastiger.
4. Presteren (vanaf week 10)
De groep werkt. Studenten helpen elkaar zonder dat jij dat organiseert, en er kan meer dan in september. Dit is de fase waarin je grotere opdrachten kunt neerleggen.
Wat je doet: minder sturen, meer loslaten, en de groepjes juist nu af en toe opschudden zodat de verhoudingen niet vastroesten.
5. Afscheid nemen (laatste weken)
Onrust, uitval en een sfeer die alle kanten op schiet. Studenten nemen afscheid van een groep die ze gaan missen, en dat ziet er vaak uit als onverschilligheid.
Wat je doet: het benoemen en er een moment voor maken. Een klas die netjes afsluit, levert je bovendien de oud-studenten op die volgend jaar iets willen vertellen.
Zien hoe je klas is samengesteld
Het klasrapport van ClassPilot laat in één overzicht zien welke profielen in je groep zitten en welke combinaties om aandacht vragen.
Bekijk het klasrapportDe terugval in november
Rond de herfstvakantie en opnieuw na de kerst valt een groep vaak terug naar stormen. Dat is geen mislukking: elke onderbreking, elke nieuwe student en elke roosterwijziging zet de verhoudingen opnieuw in beweging.
Wat helpt is de eerste les na een vakantie behandelen als een kleine week één. Eén korte werkvorm waarin iedereen met iemand anders praat, en de afspraken één keer hardop. Dat kost tien minuten en scheelt drie weken.
Komt er halverwege het jaar een nieuwe student bij, reken dan op hetzelfde. Een groep die gestabiliseerd was, begint opnieuw met kijken wie wie is, en de nieuwe student krijgt de rol die toevallig nog vrij is.
De rollen die altijd ontstaan
In vrijwel elke klas ontstaan dezelfde posities, ongeacht wie erin zit. De leider, degene die de grap maakt, degene die de sfeer bewaakt, degene die zich terugtrekt, en degene die buiten valt.
Die rollen zijn plakkerig. Een student die in week twee de grappenmaker werd, blijft dat ook als hij iets anders wil. Daarom is het opschudden van groepjes geen organisatorische maatregel maar een inhoudelijke: het geeft studenten de kans op een andere rol.
- Wissel de indeling per periode, niet per les. Een groepje heeft drie keer nodig om te gaan werken.
- Geef rollen expliciet en roteer ze: notulist, tijdbewaker, woordvoerder. Wie een rol krijgt toegewezen, ontsnapt even aan de rol die hij had.
- Let op wie er structureel overblijft bij het zelf kiezen. Dat is de belangrijkste informatie die een les je oplevert, en de reden om niet te laten kiezen.
Veelgestelde vragen
Wat is groepsdynamiek precies?
Het geheel aan processen waarmee individuen zich tot een groep vormen: rolverdeling, normen, onderlinge verhoudingen en invloed. In een klas gebeurt dat grotendeels in de eerste weken.
Wat zijn de fasen van groepsvorming?
Vormen, stormen, normeren, presteren en afscheid nemen, naar het model van Tuckman. In een schooljaar lopen die ruwweg van de eerste week tot de zomer, met een terugval na elke vakantie.
Kun je de fasen overslaan?
Nee, maar je kunt ze wel korter maken. Een klas die in de eerste weken veel wisselende samenwerking heeft gehad, komt sneller door de stormfase dan een klas die drie weken stil in rijen heeft gezeten.
Wat doe je met een klas die blijft hangen in de stormfase?
Terug naar structuur: minder keuzevrijheid, kortere opdrachten, vaste groepjes die jij maakt. Een groep die het zelf niet redt, heeft geen gesprek over sfeer nodig maar duidelijkheid en herhaling.
Tot slot
Weet in welke fase je klas zit voordat je een maatregel kiest. Hetzelfde gedrag vraagt in week vier iets anders dan in week veertien.
Wil je zien hoe je groep is samengesteld, dan geeft het klasrapport je in één les een beeld.