Terug naar overzicht
Didactiek · 9 min

Formatief handelen: acht werkvormen van vijf minuten waarmee je ziet waar je klas staat

CP

Redactie ClassPilot

30 september 2026 · 9 min

Formatief handelen klinkt als iets waarvoor je je toetsbeleid moet omgooien. Dat is het niet. Het is de gewoonte om tijdens de les te weten waar je klas staat, en je les daarop aan te passen.

Het verschil met formatief toetsen is precies dat laatste stuk. Een toets zonder cijfer is nog geen formatief handelen; het wordt het pas als jij of de student er iets mee doet voordat de stof voorbij is.

Hieronder staan acht werkvormen van hooguit vijf minuten, met per werkvorm wat je met de uitkomst doet. Voor de achtergrond bij het begrip: lees ook formatief evalueren.

Docent die tijdens de les peilt waar de klas staat

Wat formatief handelen onderscheidt

Summatief toetsen kijkt terug: heeft de student het geleerd? Formatief handelen kijkt vooruit: wat moet er nu gebeuren zodat hij het leert? Dezelfde vraag, een ander moment, en daardoor een heel ander gevolg.

Het valt of staat bij twee dingen. Je moet alle studenten zien, niet alleen de drie die hun vinger opsteken. En je moet iets kunnen veranderen aan de les die erop volgt, anders heb je gepeild zonder reden.

Een check op begrip waar je niets mee doet, is een enquête.

Acht werkvormen van vijf minuten

1. Wisbordjes of vingers

Een vraag met vier antwoorden, iedereen steekt tegelijk een aantal vingers op of houdt zijn bordje omhoog. Je ziet in één oogopslag de verdeling over de klas. Wat je ermee doet: bij meer dan een kwart fout meteen opnieuw uitleggen, niet doorgaan.

2. De exit ticket

Laatste twee minuten: op een briefje één ding dat duidelijk is en één vraag. Wat je ermee doet: sorteer ze in drie stapels en begin de volgende les met de grootste stapel.

3. Duim, hand, plat

Studenten geven zichzelf een inschatting: ik kan het uitleggen, ik kan het zelf, ik heb hulp nodig. Wat je ermee doet: maak drie groepen en geef alleen de derde groep instructie, terwijl de eerste groep de tweede helpt.

4. De fout van de docent

Zet een uitwerking op het bord waar bewust één fout in zit en laat duo's hem zoeken. Wat je ermee doet: de duo's die hem niet vinden, missen precies de stap die je wilde peilen.

5. Twee minuten samenvatten in duo's

Halverwege de uitleg: leg aan je buurman in twee zinnen uit wat er tot nu toe is gezegd. Wat je ermee doet: loop rond en luister naar drie duo's. Dat is je steekproef.

6. De vraag met het foute antwoord erin

Stel een meerkeuzevraag waarbij één fout antwoord de meest voorkomende misvatting is. Wat je ermee doet: zie je die massaal terug, dan weet je niet alleen dat het misgaat maar ook waar.

7. Ordenen op volgorde

Geef vijf stappen door elkaar en laat ze ordenen. Werkt overal waar een proces of procedure in zit, en dat is in het mbo bijna elk vak. Wat je ermee doet: de stap die het vaakst verkeerd staat, is je startpunt voor de volgende les.

8. Eén vraag op het bord bij binnenkomst

De startopdracht als peiling: één vraag over de vorige les. Wat je ermee doet: je weet binnen vijf minuten of je verder kunt of moet herhalen, en je hebt de klas meteen aan het werk.

Lessen met de check er al in

De lessenseries van ClassPilot hebben per les een moment ingebouwd waarop je peilt waar de klas staat, inclusief wat je met de uitkomst doet.

Bekijk de lessenseries

Wat je met de uitkomst doet

Dit is het deel dat in de praktijk het vaakst overgeslagen wordt, omdat de les verder moet. Een eenvoudige vuistregel helpt: bepaal vooraf bij welke uitkomst je doorgaat en bij welke niet.

  • Meer dan driekwart goed: doorgaan, en de rest individueel opvangen tijdens het zelfstandig werken.
  • De helft tot driekwart: één keer opnieuw uitleggen, maar anders dan de eerste keer. Dezelfde uitleg herhalen helpt niemand die hem de eerste keer niet snapte.
  • Minder dan de helft: stoppen met de planning en de stof opnieuw opbouwen. Dat voelt als verlies en is het niet: doorgaan kost je de volgende drie lessen.

Zeg ook hardop wat je doet en waarom. Een klas die merkt dat de uitkomst van zo'n peiling de les verandert, gaat hem serieus invullen. Een klas die merkt dat het ritueel is, vult in wat jij wilt horen.

Drie veelgemaakte fouten

Alleen de vingers tellen van wie zijn hand opsteekt. Dat is een peiling onder de studenten die het al snappen. Elke werkvorm hierboven laat iedereen antwoorden, en dat is het punt.

De peiling aan het eind van een hoofdstuk doen. Dan is er geen tijd meer om iets te veranderen. Peil halverwege, als bijsturen nog kan.

Er stiekem toch een cijfer aan hangen. Zodra een student vermoedt dat het meetelt, gaat hij laten zien wat hij kan in plaats van waar hij staat, en dan meet je niets meer.

Veelgestelde vragen

Wat is formatief handelen?
Tijdens het leerproces zicht krijgen op waar studenten staan en je onderwijs daarop aanpassen. Het verschil met formatief toetsen is dat het niet om het instrument gaat maar om wat je met de informatie doet.

Wat is het verschil tussen formatief en summatief?
Summatief toetsen beoordeelt achteraf of de stof beheerst wordt, met een cijfer als uitkomst. Formatief handelen verzamelt tussentijds informatie om het leren bij te sturen. Hetzelfde toetsje kan allebei zijn, afhankelijk van wat ermee gebeurt.

Kost formatief handelen extra tijd?
Per werkvorm twee tot vijf minuten. Dat verdien je terug op het moment dat je merkt dat een uitleg niet is aangekomen voordat je er drie lessen op hebt voortgebouwd.

Mag er een cijfer aan een formatieve toets?
Beter van niet. Zodra er een cijfer aan hangt, gaan studenten laten zien wat ze kunnen in plaats van waar ze staan, en dan verliest de peiling zijn functie.

Tot slot

Kies twee werkvormen en gebruik die vaste twee een blok lang. De exit ticket en de vraag bij binnenkomst zijn de makkelijkste om vol te houden.

Voor de achtergrond bij het begrip: formatief evalueren legt uit waar het vandaan komt en waarom het werkt.

Formatief Didactiek Toetsing MBO