Studenten die de hele dag op hun telefoon zitten, zijn niet digitaal geletterd. Ze zijn digitaal handig, en dat is iets anders. Een student die in twee tellen een filter vindt, kan tegelijk geen idee hebben waarom de eerste zoekresultaten bovenaan staan of waar zijn gegevens heen gaan.
Digitale geletterdheid is bovendien geen vak dat iemand anders doet. Het zit in jouw les, bij de bron die een student gebruikt voor zijn verslag en bij de AI-tekst die hij inlevert.
Hieronder staat uit welke vier delen het bestaat en negen opdrachten die in een gewone les passen.
De vier onderdelen
Digitale geletterdheid wordt meestal opgedeeld in vier delen. Ze overlappen, en dat is niet erg: het is een indeling om mee te plannen, geen wet.
1. Praktische ICT-vaardigheden
De knoppen: bestanden opslaan en terugvinden, mappen, een document opmaken, een presentatie maken, wachtwoorden beheren. Hier zitten meer gaten dan docenten verwachten, vooral bij studenten die alles op een telefoon doen en nog nooit met een mappenstructuur hebben gewerkt.
2. Informatievaardigheden
Zoeken, beoordelen en verwerken. Kan een student een bruikbare bron vinden, ziet hij wie de bron heeft geschreven en met welk belang, en kan hij twee bronnen naast elkaar leggen?
3. Mediawijsheid
Begrijpen hoe media werken en wat ze met je doen. Waarom je krijgt te zien wat je ziet, hoe een algoritme aandacht beloont, wat een gesponsorde post is en hoe beeld gemanipuleerd wordt.
4. Computational thinking
Een probleem zo opknippen dat een computer het kan uitvoeren: patronen herkennen, stappen ordenen, regels opstellen. Klinkt technisch, maar het is precies wat een student doet als hij een werkinstructie schrijft die een collega zonder uitleg moet kunnen volgen.
Waarom een los computervak niet werkt
Een blokuur digitale geletterdheid levert kennis op die in dat blokuur blijft hangen. Wat een student leert over bronnen beoordelen, gebruikt hij pas als hij zelf een bron nodig heeft, en dat moment zit in jouw les.
Daar komt bij dat het per opleiding anders ligt. Een student zorg heeft te maken met een cliëntdossier en met privacy; een student techniek met handleidingen en meetgegevens; een student handel met webshops en advertenties. Diezelfde vaardigheid ziet er in elk vak anders uit, en dat leer je alleen in dat vak.
Digitale geletterdheid is geen apart uur. Het is de manier waarop je de opdrachten stelt die je toch al gaf.
Negen opdrachten die in een gewone les passen
Bij informatievaardigheden
- Twee bronnen, één vraag (10 min). Geef twee bronnen die elkaar tegenspreken over hetzelfde onderwerp in jouw vak. Vraag welke ze geloven en waarom. Het antwoord 'de bovenste' komt vaker voor dan je hoopt en is precies de les.
- Wie heeft dit geschreven (5 min). Laat studenten bij een willekeurige website zoeken naar de auteur, de datum en wie de site betaalt. Drie minuten, en het werkt beter dan een uitleg over bronkritiek.
- Zoekopdracht met vergelijking (10 min). Dezelfde vraag, de ene helft zoekt via Google, de andere helft vraagt het aan een AI-chat. Vergelijk de antwoorden en de bronnen.
Bij mediawijsheid
- Je eigen tijdlijn (10 min). Laat studenten opschrijven wat de eerste vijf posts op hun tijdlijn zijn en bedenken waarom juist die. Bespreek daarna hoe die volgorde tot stand komt.
- Echt of gemaakt (10 min). Vier afbeeldingen, waarvan twee door AI gemaakt. Laat ze in duo's kiezen en hun redenen opschrijven vóór je het antwoord geeft.
- De advertentie die geen advertentie lijkt (5 min). Laat ze in hun eigen app zoeken naar betaalde content en tellen hoe lang het duurt voordat ze er een vinden.
Bij praktische vaardigheden en computational thinking
- Bestandsnaam-afspraak (5 min). Spreek met de klas één naamgeving af voor alles wat ze dit blok inleveren, en houd je eraan. Dit is de goedkoopste en meest onderschatte opdracht in dit rijtje.
- De instructie die een ander moet kunnen uitvoeren (20 min). Laat een student een handeling uit zijn beroep opschrijven in stappen, en laat een klasgenoot die letterlijk uitvoeren. Alles wat misgaat, is een ontbrekende stap.
- Wat weet deze app van jou (10 min). Laat studenten in de instellingen van één app opzoeken welke gegevens gedeeld worden. Geen moraal eraan hangen, alleen laten kijken.
Lessen die je direct kunt draaien
De lessenseries van ClassPilot zijn opgebouwd rond een test en een klasrapport, met docenthandleiding. Handig als je een mentoruur wilt vullen zonder zelf te bouwen.
Bekijk de lessenseriesAI hoort hier gewoon bij
De vraag of studenten AI mogen gebruiken, is inmiddels minder interessant dan de vraag of ze kunnen beoordelen wat eruit komt. Een student die een AI-antwoord overneemt zonder te controleren, laat precies het gat zien waar digitale geletterdheid over gaat.
Een werkbare afspraak: gebruik is toegestaan, mits de student kan uitleggen wat hij heeft gevraagd, wat hij heeft veranderd en waarom. Dat verplaatst het gesprek van verbod naar verantwoording, en dat is ook wat een werkgever straks vraagt.
Laat daarnaast één keer zien wat er misgaat. Vraag de chat naar iets uit jouw vakgebied waar je zelf alles van weet, en bespreek klassikaal wat er niet klopt. Eén zo'n demonstratie doet meer dan drie lessen bronkritiek.
Veelgestelde vragen
Wat is digitale geletterdheid?
Het geheel van praktische ICT-vaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. Kort gezegd: kunnen omgaan met digitale middelen én begrijpen hoe ze werken en wat ze met je doen.
Is digitale geletterdheid hetzelfde als mediawijsheid?
Nee, mediawijsheid is er een onderdeel van. Het gaat specifiek over het begrijpen van media en hun invloed; digitale geletterdheid is de bredere paraplu.
Wie is hiervoor verantwoordelijk in het mbo?
In de praktijk iedereen, en daarmee vaak niemand. Het zit in burgerschap, in Nederlands en in elk vak waarin studenten bronnen gebruiken. Een afspraak op teamniveau over wie wat oppakt, voorkomt dat het tussen wal en schip valt.
Hoeveel tijd kost dit extra?
Bij de opdrachten hierboven vijf tot twintig minuten per keer, en meestal vervangen ze iets dat je toch al deed. De winst zit in hoe je de opdracht stelt, niet in extra lesuren.
Tot slot
Begin bij de bestandsnaam-afspraak en bij twee bronnen die elkaar tegenspreken. Die twee kosten samen een kwartier en maken in jouw vak direct verschil.
Zoek je materiaal dat al klaarstaat, kijk dan naar de lessenseries van ClassPilot.